+ 0031 628561287


Karin van Kalmthout

Dichter en freelance docent creatief schrijven

kvankalmthout@hotmail.com

Mama

Tussen ons in

Liggen hele steden

Onontdekte werelddelen

Koffers vol klokken

Uit het verleden

Stil zijn ze blijven staan

Op de momenten

Dat ik ben weggegaan

Maar heb jij ooit

De zee onder de grond

Horen ruisen

En heb je de zwaluwen

Gevolgd die niet wilde luisteren

Ben jij ooit

Zo hoog opgetild

Door wilgenbomen

Dat alle wereldtalen

Door je haren stroomden

Liet jij ooit

De naakte stadsregen

Je wonden lezen

Terwijl de veren

Die je volgde

Allemaal naar jezelf wezen

Mam, ik heb mijn vlechten

Eruit gehaald

En raad eens

Mijn haar krult vanzelf

Ik heb niemand meer nodig

Om mijn diepste gronden te strelen

Maar ik ben jou nooit verloren

Want altijd wacht jouw water

Diep in mij

Tot mijn handen

Net zo gerimpeld zijn





Wat als

Wat als de wereld heel even

Op pauze zou worden gezet

Al die haastige mensen

Stil

kwamen te staan

Eens om zich heen zouden kijken

Vrij van hun zelfontworpen wegen

En knellende pakken



Zouden ze dan rustig

Kijken, verkennen, genieten?



Of zouden ze met hun ogen stijf dichtgeknepen

Wachten tot ‘ie weer zou worden aangezet?









Ondergronds advies

Twijfel niet

Niet aan jezelf, Niet aan de stad

Reis eerst naar het hart

Vanuit daar ken je overal komen

Neem je wortelbagage mee

Anders val je om bij het

Eerste wisselen van de rails


Vraag gerust waar je moet zijn

Macaroniplein, daar zijn we

allemaal wel eens geweest

Kies je eigen kleur

Maar verander als het moet

Hecht je niet aan de eerste die instapt

Uitstappen kunnen ze hier goed

Wees niet bang om te verdwalen

Uiteindelijk wordt alles één

Geniet van de reis aan de onderzijde

van deze ongeslepen stad



Een muur zonder kleur volgt

Zoek de stomste verfkleren

Onderin je kast

Koop witte latexverf

Vraag aan de lieve Turkse jongen

Welke echt de beste is

En het goedkoopst

Geloof niet dat het in één keer dekt

Laat de mensen in je hoofd

Schreeuwen

‘Het is goed zo

Verander het niet

Doe niet zo gek’

Haal diep adem

En verf en verf en verf

Verf al het bruin

Weg

Alle plekken

Alle verleden

Verf tot de tranen

Over je wangen lopen

En de achtbanen in je keel

Blijven hangen op het hoogste punt

Verf tot je klaar bent

Pas dan mag je kijken

Naar het ongeschaduwd wit





Huidschilfers

Onder mijn bed liggen massa’s

Kleine, uit elkaar gevallen

stukjes jou en mij

Flintertjes van je huid

De haartjes op je wang


Sinds je weg bent

Heb ik niet meer gestofzuigd

Zodat als de zon strepen

trekt door de kamer

Ze samen kunnen dansen in het licht

En als het ’s nachts kouder wordt

Ze heel dicht

tegen elkaar aan kunnen liggen


Dagelijks trek ik mijn trui

wild uit naast mijn bed

En wrijf mijn voeten

Nachtenlang tegen elkaar

Om ze af te leiden,

De huisstofmijtbarbaren

Ik weet niet hoe ver ze zijn

Ik hoop alleen

dat ze hun tanden breken

op de minuscule stukjes steen